Tijdens m’n studie psychologie maakte ik kennis met de definitie van schizofrenie.
Ik herkende mezelf erin.
Ik was niet de enige.
Hetzelfde gold voor persoonlijkheidsstoornissen en meervoudige persoonlijkheidsstoornis.
Ik herkende mezelf erin.
Uiteindelijk besefte ik dat ik geen last ondervond van wat ik herkende en daar lag het verschil.
Nu, jaren later, weet ik dat wat ik probeerde te plaatsen onder een stoornis eigenlijk mijn interne gezin is.
Ik heb een intern gezin van 6.
Een vader, moeder, puber jongen, puber meisje, kleine jongen en klein meisje.
Alle 6 hebben een stem, hebben invloed op mij, willen iets zeggen en willen vooral gezien, gehoord en geliefd worden.
Gezond opgroeien is gezond voeden van je intern gezin.
Dit is bij mij niet gebeurd.
Ik ben op jonge leeftijd erg geschrokken en heb me daarna emotioneel onveilig gevoeld.
Ik heb overlevingsmechanismes ontwikkeld waarin ik mezelf heb aangepast.
Ik ben voor de ander gaan zorgen, want daarna kon die vast weer voor mij zorgen.
Ik ben gaan doen waarvan ik dacht dat het van me verwacht werd.
Niemand had me dit gevraagd.
Ik deed het vanuit mijn eigen interne flexibiliteit en vanuit mijn wil om te willen leven.
Wat ik toen niet zag en nu wel zie, is hoe ik hiermee mezelf verlaten heb.
Terwijl ik de beste bedoelingen had.
En ik functioneerde prima in die aanpassingen.
Althans, van buiten gezien.
Ik haalde diploma’s, ik deed sporten, ik kreeg uiteindelijk een relatie en kinderen.
Vriendschappen vond ik altijd wel een uitdaging.
Ik voelde me niet zo snel thuis in een groep.
In m’n pubertijd werd het voor mijn ouders wel zichtbaar dat ik niet gelukkig was.
M’n vader dacht dat ik faalangst had.
M’n moeder dacht dat ik onzekerheid had.
Ik voelde zoveel en ik kon er niks mee anders dan erin verdrinken.
Ik was diep ongelukkig.
Ik leefde gedissocieerd.
Ik was half aanwezig.
Ik had zo m’n momenten dat ik er wel was.
Dat zijn de enige echte herinneringen die ik heb.
Voor de rest is het vaag.
Ik leefde in een schrik-catsuit.
Het raakt me dit op te schrijven.
Ik weet dat ik soms ook mezelf afvroeg wat er met me aan de hand was.
Was ik dan echt gek?
Nee, dat kon niet waar zijn.
Wat was er dan wel aan de hand?
Bij de mentale en fysieke burnout zijn er scheuren in mij ontstaan.
Ik kon niet langer zo leven.
Ik moest anders kiezen.
En dat heb ik gedaan.
Ik ben mezelf gaan leren kennen.
Sleutels vond ik.
Ademhaling, mijn fysieke lichaam en seksualiteit.
Dit waren sleutels waar ik iets mee kon.
Ik schreef m’n biografie en ben mijn verleden eerlijker gaan bekijken.
Ik stapte uit een verhulling die er over mijn gezin van herkomst lag.
De wereld van energie opende zich.
Ik begon te erkennen dat energie echt is.
Ik begon te zien hoe het voor mij werkte.
Dat dit anders is dan anderen.
Dat wat ik voel vaak niet bij mij vandaan komt.
En dat ik er dan wel iets mee deed.
Ik ben gaan zien hoe ik dit los kon laten in het moment.
Ik ben gaan ervaren hoe oude energie in mijn lichaam opgesloten lag.
Ik ben gaan ontdekken hoe ik deze oude energie uit mijn lichaam kan krijgen.
Ik ben simpele hulplijnen tegengekomen die mij hielpen en helpen in mijn proces.
Ik ben gaan voelen welke wereld er in mij opende.
Ik ben gaan zien hoe ik meer mij werd.
En hoe dit laag voor laag gaat.
Ik ben ook gaan twijfelen aan mezelf.
Mijn mind kwam enorm in weerstand.
Die voelde hoe zijn alleenheerschappij tot een eind kwam.
Ik ben mijn hart gaan verkennen.
En gaan beseffen dat daar mijn echte kompas zit.
Dat ik mijn energie mag volgen.
En hoe ik wel mijn besluiten neem.
Hoe lastig mijn mind dat ook vindt.
Ik zie welk leven er dan voor mij gecreëerd wordt.
Dat dit leven heel anders is dan ik ooit had kunnen bedenken.
En ik voel hoe fijn ik dit leven vind.
Want het is mijn leven.
En ik beweeg er ook met spanning in.
Want hoe kom ik dan bij de volgende stap.
Ik wil zo graag!
En ik val terug op vertrouwen.
Elke keer weer vertrouwen.
Elke keer weer dat besef dat alles wat er gebeurd vóór mij gebeurd.
Het leven is niet tegen mij.
Het is vóór mij.
Ik wil zelf leven.
Dus ook wanneer het schuurt, wanneer het pijn doet, wanneer ik eigenlijk niet wil.
Is het er voor mij.
Mag ik er mee zijn.
Mag ik er doorheen.
Mag ik het doorvoelen.
Zo ben ik van overleven via doorleven naar mijn leven gegaan.
Soms denkt m’n mind nog wel eens dat ik schizofreen ben.
Dan herinner ik mezelf er liefdevol aan dat er iemand aan mijn interne keukentafel iets nodig heeft.
Dan ga ik luisteren, zien en voelen.
Zo kom ik weer bij mij.

